Elk jaar migreren miljarden vogels op vogeltrek vanuit hun broedgebieden op het noordelijk halfrond naar het zuiden, op zoek naar voedsel en een milder klimaat om de winter door te brengen. Deze migratietochten, die al sinds mensenheugenis worden waargenomen, hebben de mens altijd al gefascineerd en blijven verbazen door hun afstand, moeilijkheidsgraad en schoonheid, en vormen een van de grootste natuurverschijnselen.
Een lange, veeleisende tocht met tussenstop op de Canarische Eilanden
Trekvogels zijn echte topsporters. Elk seizoen duizenden kilometers vliegen, zonder uit te rusten en hun instinct volgend, vereist een uithoudingsvermogen dat je je moeilijk voor kunt stellen.
Kleine trekkende zangers, die amper tien gram wegen, kunnen in één nacht tot wel 500 kilometer afleggen tussen twee tussenstops. Bij elke tussenstop rusten ze uit, voeden ze zich en verdubbelen ze hun gewicht om de nodige energie op te doen voordat ze verder vliegen.
De trek valt meestal samen met het begin en het einde van de winter: tussen augustus en november trekken veel soorten naar hun overwinteringsgebieden in warme en tropische regio's, terwijl ze tussen februari en mei weer naar hun broedgebieden in het noorden terugkeren.
Een toevluchtsoord voor trekvogels
Hoewel de Canarische Eilanden niet centraal op de grote trekroutes liggen, komen er elk jaar duizenden vogels naartoe op zoek naar rust, voedsel en een onderkomen. Tot nu toe zijn er meer dan 300 trekvogelsoorten geregistreerd die niet op de Eilanden broeden. Sommige zijn echte zeldzaamheden die slechts zelden worden waargenomen; andere komen daarentegen elke winter weer terug.
Het merendeel van deze vogels komt van Midden- en Noord-Europa, het poolgebied en zelfs de Siberische toendra. Aan de hand van de metalen ringen die door ornithologen zijn teruggevonden, zijn exemplaren uit Canada, Finland, IJsland, Rusland, Polen en Engeland geïdentificeerd.
Het observeren van hun aankomst is een van de grote privileges van de winter op de Canarische Eilanden. Gebieden zoals de zoutpannen van Salinas de Janubio op Lanzarote, de zandbanken van Corralejo en het strand van Sotavento op Fuerteventura, de Charca de Maspalomas op Gran Canaria, Punta del Hidalgo op Tenerife of de zoutpannen van Salinas de Fuencaliente op La Palma zijn enkele uitstekende plaatsen om te genieten van onder andere strandlopers, wulpen, grutto’s, plevieren, sternen, reigers, reigersoorten of oeverlopers.
De twee grote migratieperiodes
De voorjaarstrek, van februari tot mei, kent een grote diversiteit in soorten. Deze periode wordt veelal gekenmerkt door massale aankomsten van vogels, dankzij de gunstige oosten- of zuidoostenwinden. Tijdens deze maanden zijn onder andere reigers, zwaluwen, huiszwaluwen, bijeneters, braamsluipers en vliegenvangers volop aanwezig.
De najaarstrek, die ongeveer van augustus tot november duurt, is minder gevarieerd wat betreft landvogels, maar er zijn aanzienlijk veel steltlopers, eenden en zeevogels bij.
Een bestemming voor liefhebbers van zeldzame vogels
De geografische ligging van de Canarische Eilanden — halverwege Europa, Afrika en Amerika — maakt de archipel tot een uitzonderlijke plek om in de herfstmaanden zeldzame vogels te observeren.
In deze periode kunnen we vogels van Neartische herkomst zien, afkomstig van het Amerikaanse continent, zoals onder andere de ringsnaveleend (Aythya collaris), de Amerikaanse smient (Anas americana), de blauwvleugeltaling (Anas discors), de Bonapartes strandloper (Calidris fuscicollis), de gestreepte strandloper (Calidris melanotos), de grijze strandloper (Calidris pusilla) of de ringsnavelmeeuw (Larus delawarensis). In totaal zijn er ongeveer vijftig zeldzame soorten geregistreerd. Deze vogels zijn vooral te zien in kustgebieden in het zuiden van La Palma, Tenerife, Gran Canaria en Lanzarote.
Tijdens de wintermaanden, vooral in januari en februari, kunnen ook zeldzame afrotropische soorten worden gezien, zoals de Afrikaanse purperhoen (Porphyrula alleni) of de bruine gent (Sula leucogaster). De zeldzamere soorten van Aziatische oorsprong, zoals de citroenkwikstaart (Motacilla citreola) of de roodpootvalk (Falco vespertinus), kunnen in het voorjaar verschijnen, wat samenvalt met de migratie van de trans-Sahara trekvogels.