De Canarische Eilanden zijn een waar natuurlijk laboratorium. In de loop der tijd hebben de vogels zich aangepast aan de bijzondere kenmerken van de Canarische Eilanden: de winden, het vulkanische landschap en de diversiteit aan ecosystemen. Ze zijn geëvolueerd tot unieke soorten die alleen hier in het wild te zien zijn.
Een hotspot van biodiversiteit
De Canarische Eilanden zijn een van de grootste natuurschatten ter wereld. Ze herbergen meer dan 17.000 in het wild levende soorten, waarvan bijna een op de drie soorten endemisch is, dat wil zeggen dat ze hier hun oorsprong vinden en nergens anders op aarde in het wild voorkomen. Deze biologische rijkdom maakt de bestemming tot een echte hotspot van biodiversiteit op wereldschaal.
Bovendien bevinden zich hier op de Canarische Eilanden 24 van de 168 natuurlijke habitats van communautair belang die in Europa zijn erkend. Tot de meest representatieve ecosystemen behoren de laurisilva-bossen, de Canarische dennenbossen en de formaties van van de cardoncactus en de balsemeuphorbia.
Negen soorten die uniek zijn in de wereld
Vogels spelen een bijzondere rol in de natuur van de Canarische Eilanden. Op de archipel broeden ongeveer 100 soorten, waarvan er negen alleen hier voorkomen:
De laurierduif (Columba junoniae), de Bolles laurierduif (Columba bolli), de Teneriferoodborst (Erithacus superbus), de Gran-Canariaroodborst (Erithacus marionae), de Canarische roodborsttapuit (Saxicola dacotiae), de Canarische tjiftjaf (Phylloscopus canariensis), de Canarische vink (Fringilla canariensis), de blauwe vink (Fringilla teydea) en de Gran-Canarische blauwe vink (Fringilla polatzeki).
Bovendien zijn sommige ornithologen van mening dat het Tenerife-goudhaantje (Regulus regulus teneriffae) ook op deze lijst van unieke soorten zou moeten staan.
Vogels die ook voorkomen op Macaronesië en andere bijzondere soorten
De archipel deelt ook fauna met andere Macaronesische eilanden (de Azoren, Madeira, de Ilhas Selvagens en Kaapverdië), een groep vulkanische archipels in de Atlantische Oceaan met dezelfde oorsprong en veel gemeenschappelijke soorten. We noemen hier onder andere de madeiragierzwaluw (Apus unicolor), de kanarie (Serinus canaria), de Berthelots pieper (Anthus berthelotii) en de kleine pijlstormvogel (Puffinus baroli).
Op de Canarische Eilanden zijn er meer dan dertig vogelondersoorten geïdentificeerd, waarvan vele duidelijk verschillen van hun continentale verwanten. De pimpelmezen (Cyanistes teneriffae) en de Canarische vinken (Fringilla canariensis) zijn goede voorbeelden: beide vertonen specifieke variaties op elk eiland waar ze leven, vijf ondersoorten voor de eerste en drie voor de tweede, het resultaat van de onafhankelijke evolutie van elke populatie.
Tot deze diversiteit behoren ook vogels van tropische of Saharaanse oorsprong, die binnen de Europese Unie alleen stabiele populaties hebben op de Canarische Eilanden, zoals de Canarische houbara trap (Chlamydotis undulata), de roodsnavelkeerkringvogel (Phaethon aethereus) of de renvogel (Cursorius cursor).